Waarom is Stichting Kristal opgericht?

[templatera id="57"]

Doelgroep

Leeftijd
Stichting Kristal zet zich in voor jongeren van 18 tot en met 23 jaar.

In de puberteit en adolescentie tobben veel jongeren. Ook is het normaal dat de omgeving weleens last heeft van gedrag van een puber of adolescent. Het gaat om alledaagse problemen van voorbijgaande aard. Soms zijn de problemen heftiger en houden zij langer aan. Dan wordt de aanduiding ‘psychosociale problemen’ van toepassing.

Psychosociale problemen
Psychosociale problemen zijn onderscheiden van alledaagse problemen van voorbijgaande aard, maar ook van psychiatrische problematiek (GGZ/DSM-V diagnoses).

Stichting Kristal zet zich in voor jongeren met psychosociale problematiek. Hieronder vallen: op jezelf gerichte (internaliserende) of emotionele problemen, op de omgeving gerichte (externaliserende) problemen, aandachtsproblemen en/of sociale problemen.

  • Jongeren die zich niet meer kunnen concentreren en slechte schoolresultaten hebben.
  • Jongeren die warrig en zenuwachtig zijn. 
  • Jongere die last hebben van dagdromerij en moeite om zelf structuur aan te brengen in hun leven.
  • Jongeren die angstig, teruggetrokken of eenzaam zijn.
  • Jongeren die depressieve gevoelens of gedachten hebben.
  • Jongeren met psychosomatische klachten.
  • Jongeren die grensoverschrijdend gedrag vertonen.
  • Jongeren die moeite hebben met het maken en onderhouden van het contact met anderen.

Oorzaken
Stichting Kristal weet dat probleemgedrag slechts een signaal of uiting is van onderliggende problematiek. Bij psychosociale problemen liggen de oorzaken vaak in:

  • Problemen in de kindertijd.
    Biologische en genetische (aangeboren) kwetsbaarheid, stabiele negatieve gezinsfactoren (zoals scheiding, overlijden ouder, veel ruzie tussen ouders), interactie tussen ouders en kinderen.
  • Kenmerken van het gezin.
    Vaak is sprake van minder conflictoplossend vermogen en sociale vaardigheden in het gezin. Duidelijke normen en regels voor gedrag worden niet of wisselend toegepast. Er ligt veel nadruk op rationele (verstandelijke) aspecten, informatieoverdracht en benadering vanuit morele argumenten.
  • Relaties met leeftijdsgenoten.
    Jongeren ervaren groepsdruk, zijn bang om afgewezen of gepest te worden.
  • Demografische (manier om bevolking te beschrijven) kenmerken.
    Leeftijd, geslacht, etnische/culturele achtergrond, sociaal-economische status.


Behoefte
De jongeren zijn hun eigen (pleeg) gezin ontgroeit, maar kunnen nog niet op eigen benen staan. Ze hebben behoefte aan een stabiele plek waar ze in een ingewikkelde periode van hun leven kunnen uitgroeien tot zelfstandige en zelfverantwoordelijke volwassenen. De jongeren hebben behoefte aan een woongelegenheid waarin ze eigen voorzieningen hebben (slaapkamer, badkamer, kookmogelijkheden), maar terug kunnen vallen op de begeleiding van professionals, de warme “Kristalhuizen” en de betrokkenheid van de enthousiaste vrijwilligers.

[templatera id="57"]